# Box 3 belasting op beleggingen in 2026: alles over tarieven en rekenvoorbeelden

Een compleet overzicht van de box 3-belasting op beleggingen en sparen in 2026. Bekijk de actuele tarieven, het heffingsvrij vermogen, de tegenbewijsregeling en een stapsgewijs rekenvoorbeeld om direct uw vermogensbelasting te berekenen.

**Published:** 2026-07-13  
**Updated:** 2026-07-13  
**Source:** https://aztajournal.com/nl/box-3-belasting-beleggingen-2026

---

> Dit overzicht beschrijft de box 3-belasting op beleggingen en sparen in 2026. U vindt hier de tarieven, het heffingsvrij vermogen en informatie over de tegenbewijsregeling. Met het praktische rekenvoorbeeld berekent u eenvoudig uw verschuldigde belasting over uw vermogen op de peildatum.

De belasting over uw beleggingen in box 3 wordt berekend aan de hand van uw vermogen op de peildatum van 1 januari. In het belastingjaar 2026 betaalt u een tarief van **36%** over het berekende voordeel uit sparen en beleggen. De overheid past hierbij wettelijke forfaitaire rendementspercentages toe per type vermogen, tenzij u gebruikmaakt van de tegenbewijsregeling.

## Belangrijkste inzichten over Box 3 in 2026

De belangrijkste fiscale parameters voor het box 3-stelsel in het belastingjaar 2026 zijn wettelijk vastgelegd om uw belastbare rendement te bepalen.

- Het belastingtarief in box 3 bedraagt **36%** over het berekende voordeel uit sparen en beleggen.
- Het individuele heffingsvrij vermogen is vastgesteld op een bedrag van **€ 59.357** per belastingplichtige.
- Beleggingen en andere overige bezittingen worden belast tegen een definitief wettelijk rendement van **6,00%**.
- De overgang naar een stelsel op basis van werkelijk rendement is gepland voor de nabije toekomst.

## Hoeveel belasting betaal je over beleggingen in Box 3?

Onder het huidige overgangsstelsel heft de Belastingdienst belasting op basis van veronderstelde (forfaitaire) rendementen. Dit fictieve rendement wijkt vaak af van wat u daadwerkelijk heeft verdiend op uw effectenportefeuille. Vanaf het belastingjaar 2025 en 2026 kunt u via tegenbewijs aantonen dat uw werkelijke rendement lager lag.

In de onderstaande tabel ziet u de ontwikkeling van de box 3-tarieven en de overgang naar de geplande hervorming in de komende jaren.

| Belastingjaar | Belastingtarief box 3 | Heffingsvrij vermogen (alleenstaande) | Basis van belastingheffing |
| --- | --- | --- | --- |
| 2025 | 36% | € 57.514 | Forfaitair rendementsstelsel met optie tot tegenbewijs |
| 2026 | 36% | € 59.357 | Forfaitair rendementsstelsel met optie tot tegenbewijs |
| 2028 (plannen) | Nog niet definitief | Nog niet definitief | Volledig nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement |

## Tarieven en schijven Box 3 in 2026

Voor de berekening van de belasting maakt de Belastingdienst onderscheid tussen drie verschillende vermogenscategorieën, elk met een eigen rendementspercentage.

| Vermogenscategorie | Forfaitair rendement 2026 | Status percentage |
| --- | --- | --- |
| Banktegoeden (sparen) | 1,28% | Voorlopig (definitief begin 2027) |
| Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed) | 6,00% | Definitief vastgesteld |
| Schulden | 2,70% | Voorlopig (definitief begin 2027) |
| Heffingsvrij vermogen (alleenstaand) | € 59.357 vrijgesteld | Definitief |
| Heffingsvrij vermogen (fiscale partners) | € 118.714 vrijgesteld | Definitief |

## Box 3 belasting beleggingen 2026 rekenvoorbeeld

Dit stapsgewijze rekenvoorbeeld laat zien hoe de Belastingdienst de aanslag berekent voor een alleenstaande met € 200.000 aan beleggingen en € 20.000 aan spaargeld op 1 januari 2026.

1. Stap 1: Bereken het totale forfaitaire rendement. Over de beleggingen is dit € 200.000 vermenigvuldigd met 6,00% (€ 12.000). Over het spaargeld is dit € 20.000 vermenigvuldigd met 1,28% (€ 256). Het totale belastbare rendement bedraagt € 12.256.
2. Stap 2: Bepaal de totale rendementsgrondslag door alle bezittingen op te tellen. Dit is € 200.000 aan beleggingen plus € 20.000 aan spaargeld, wat leidt tot een totale rendementsgrondslag van € 220.000.
3. Stap 3: Verminder de rendementsgrondslag met het toepasselijke heffingsvrij vermogen van € 59.357. Dit resulteert in een belastbare grondslag sparen en beleggen van € 160.643.
4. Stap 4: Bereken uw procentuele aandeel in de rendementsgrondslag. Deel de belastbare grondslag door de totale rendementsgrondslag en vermenigvuldig dit met honderd procent. Dit is € 160.643 gedeeld door € 220.000, wat uitkomt op exact 73,02%.
5. Stap 5: Bereken uw belastbare voordeel uit sparen en beleggen. Vermenigvuldig het totale belastbare rendement uit de eerste stap met het zojuist berekende aandeel. Dit is € 12.256 vermenigvuldigd met 73,02%, wat leidt tot een bedrag van € 8.950.
6. Stap 6: Bereken de verschuldigde inkomstenbelasting in box 3. Vermenigvuldig het belastbare voordeel met het belastingtarief van 36%. Dit is € 8.950 vermenigvuldigd met 36%, wat resulteert in een nettobelasting van € 3.222.

## Hoe kun je de Box 3 belasting berekenen voor groene beleggingen?

Groene beleggingen zijn investeringen in fondsen die deelnemen aan projecten voor milieubescherming en duurzaamheid.

Indien u kiest voor erkende maatschappelijke of groene beleggingen, heeft u recht op een extra vrijstelling in box 3. Dit betekent dat een specifiek deel van uw groene vermogen volledig is vrijgesteld van de vermogensheffing. Daarnaast ontvangt u via de aangifte inkomstenbelasting een extra heffingskorting, waardoor de totale druk op uw duurzame investeringen aanzienlijk daalt.

## Wat te doen als je werkelijk rendement lager is? (Tegenbewijs)

De Wet Tegenbewijsregeling box 3 stelt belastingplichtigen in staat om de fiscus te verzoeken belasting te heffen over het werkelijk behaalde rendement.

Sinds de introductie van deze regeling kunt u bezwaar maken als de forfaitaire rekenmethode leidt tot een onredelijk hoge aanslag. U dient hiervoor de Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) in te vullen bij uw belastingaangifte. Hierin toont u met bewijsstukken aan wat uw daadwerkelijke inkomsten uit dividenden, rente en waardestijgingen waren in het betreffende kalenderjaar.

## Wat verandert er voor Box 3 belasting op beleggingen in 2028?

Vanaf 1 januari 2028 is het de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om het huidige forfaitaire overgangsstelsel definitief te beëindigen.

In het nieuwe stelsel zal het werkelijk behaalde rendement de vaste, wettelijke standaardnorm worden voor de belastingheffing in box 3. Dit betekent dat u uitsluitend belasting betaalt over uw echte inkomsten, zoals ontvangen dividenden, rente en gerealiseerde of ongerealiseerde waardestijgingen van uw effecten. Forfaitaire percentages behoren vanaf dat belastingjaar tot het verleden.

### Wat is het Box 3 tarief over overige bezittingen zoals aandelen in 2026?

Voor het belastingjaar 2026 bedraagt de belastingheffing over overige bezittingen, waaronder aandelen en beleggingspanden vallen, 36% over een wettelijk vastgesteld definitief forfaitair rendement van 6,00%.

### Hoeveel bedraagt het heffingsvrij vermogen voor Box 3 in 2026 met een fiscale partner?

Indien u een fiscale partner heeft, bedraagt het gezamenlijke heffingsvrij vermogen in box 3 voor het jaar 2026 exact € 118.714. Dit is de optelsom van tweemaal het individuele heffingsvrij vermogen van € 59.357.

### Zijn de Box 3 percentages voor sparen en schulden voor 2026 al definitief?

Nee, de rendementspercentages voor spaargeld (voorlopig 1,28%) en schulden (voorlopig 2,70%) zijn nog indicatief. De definitieve percentages voor 2026 worden pas begin 2027 door de Belastingdienst vastgesteld op basis van de werkelijke rentetarieven van het kalenderjaar.

### Wat houdt de Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) precies in?

De Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) is een specifiek formulier van de Belastingdienst waarmee u kunt aantonen dat uw daadwerkelijk behaalde rendement op box 3-vermogen lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement, om zo uw belastingaanslag te verlagen.
